Hazelnoot-spruitjessoep

veganistische recepten

Jutten. Op het strand, in het park of in de stad, het zit me in het bloed. Misschien komt het omdat ik op een eiland ben geboren…misschien zit het wel gewoon in mijn persoonlijkheid. Misschien komt het omdat ik altijd een moestuin heb gehad of  misschien heb ik altijd een moestuin gehad omdat ik zo ben.  Maar in ieder geval vind ik het heerlijk om groente, zaden en fruit te verzamelen, te oogsten en te  plukken. Natuurlijk is het helemaal geweldig wanneer je zelf al die zaadjes in de grond heb gestopt, onkruid heb gewied en tenslotte kunt oogsten maar ik vind het evenzo leuk om in de vrije natuur bomen, struiken en gewassen te vinden die eetbaar  zijn en die dan in de gaten houden tot ze rijp zijn om te oogsten. Natuurlijk niet alles; er moet genoeg overblijven voor de vogels  en de andere dieren des velds maar voldoende voor een maaltje voor twee personen.  Op Texel  pluk ik in de lente vlierbloesems voor limonadesiroop en bier, vlierbessen voor sap, jam of taart, brandnetels voor soep en bramen natuurlijk. Hoewel we ook bramenstruiken op onze eigen moestuin hebben staan is het toch ook erg leuk om, als de tijd rijp is, bramen te gaan plukken in de duinen.  Plekken waar je anders niet komen mag, althans waar je op  de paden moet blijven, zijn opeens open voor publiek om de bramen  te plukken.  Zoek een dag uit met wat druilerig weer en je hebt  het hele eiland voor jezelf, zo voelt het dan toch! Nu  ik dit schrijf, heb ik bijna heimwee naar de vroege herfst. In Amstelveen heb ik ook al diverse plekken in het park gevonden waar wat te jutten valt. Hier een pruimenboom, daar wat wilde aardbeienstruikjes en vlakbij de flat staan drie prachtige hazelnootbomen. Eksters, kauwen en de ontsnapte halsbandparkieten die daar in grote getale in het wild (over)leven, zijn ook dol op deze nootjes maar afgelopen jaar waren er zoveel  dat ze dat kilootje dat  ik van de grond raapte, best konden missen. Van die hazelnoten kun je heel makkelijk hazelnootdrink maken. Maar je kunt ze ook gebruiken in taarten of hartige gerechten. Of je laat ze gewoon lekker drogen en dan eet je ze uit  de hand bij een lekkere borrel. Veel mensen zullen ze dan eerst even willen roosteren, dat gaat heel makkelijk in de oven op een lage temperatuur maar het kan ook in een droge koekenpan. Dan is het wel zaak dat je goed blijft schudden  om aanbranden te voorkomen. Hazelnoten hebben een beetje aard-achtige smaak en zijn heel goed te combineren met sterk smakende groente als bv. spruitjes. Cashewnoten hebben een veel zachtere smaak en gaan dus  juist  weer goed met mildere groente als courgette of wortel.  Zo  hebben alle noten een heel eigen smaak en is combineren met groente altijd weer een spannend en leuk experiment.  Ik  vind het mooi om smaken te  combineren zodat alles beter uit  de verf komt. Sommige smaken overheersen vrij snel, zoals knoflook of  komijn en andere zijn heel subtiel en licht.  Het plan is natuurlijk dit te ontdekken en deze kennis uit te breiden. Natuurlijk zijn er klassieke combinaties  zoals sinaasappel, gember, wortel maar ook daarmee probeer ik graag dingen uit.  Beetje meer van dit, beetje minder van dat of een beetje extra. Op  het moment ben ik helemaal gek van de combinatie gember en knoflook maar ook kurkuma (geelwortel) en komijn behoort tot de favorieten.

Hazelnootspruitjessoep
INGREDIËNTEN
1 ui
grote lepel kokosvet of plantaardige margarine
500 gram spruitjes
1 kopje bloem
1 liter hazelnootdrink
50 gram verkruimelde hazelnoten
zout, peper, mosterdpoeder, kerriepoeder, veganbouillonblokje
1 kopje water

Maak de spruiten schoon en kook ze beetgaar. Snijdt ondertussen de ui klein en laat het even zweten in het hete kokosvet, niet bruin laten worden! Voeg een kopje bloem toe en net zoveel hazelnootmelk tot een dikke soepsubstantie is ontstaan, blijf vooral goed roeren met een garde of een smalle spatel om klontjes te voorkomen. Verkruimel het bouillonblokje in de pan en voeg zout, peper, mosterdpoeder en kerriepoeder toe naar smaak. Mosterdpoeder ongeveer twee keer zoveel als kerriepoeder! Snijdt de spruitjes in vieren en voeg ze toe aan de soep. Zo ook de verkruimelde hazelnoten. Voeg water toe tot de gewenste soepdikte is bereikt, even laten koken en eet smakelijk! *Enne…: Vergeet niet mijn naam te vermelden als je deze soep op tafel zet 😉

Aardappelpureetaart met bieten-cashewnotenvulling

bieten, groentetaart, veganistische recepten

WordPress feliciteert mij met mijn tiende blog; wat ontzettend aardig. 🙂 Ik geloofde eerlijk gezegd niet dat ik al tien keer een recept had neer getypt; normaal ben ik zo ijverig niet dus ik heb even teruggelezen wat ik allemaal al geschreven heb. Het valt me op dat ik veel ovengerechten en soepen maak maar ja, dat is makkelijk als je overdag wel tijd hebt om te koken en ’s avonds niet. Ik maak meestal ’s morgens alles zover klaar en tegen etenstijd hoeft dan alleen de oven aan om de ovenschotel te garen of het gas om de soep op te warmen. En vaak allebei 😉 Zelfs als ik eters/gasten krijg, staat er vaak een ovenschotel op het menu. Ik vind het prettig als ik me dan met de gasten kan bemoeien en niet de hele tijd in de keuken hoef te staan. Verder was ik dit blog juist begonnen om te laten zien dat veganistisch koken helemaal niet moeilijk of ingewikkeld hoeft te zijn. Dat je met heel gewone, alledaagse ingrediënten een prachtig en lekker en veganistisch gerecht op tafel kunt zetten. Ik realiseer me dat ik veel met noten kook. Behalve dat ik dat heel lekker vind, vind ik het ook supergrappig om als musicus vooral van noten te leven. Ik houd bovendien van alle noten, zoals ik ook van alle paddenstoelen houd. Verder vind ik het leuk om zoveel mogelijk uit mijn eigen moestuin te eten. Dat vraagt veel creativiteit maar het biedt ook veel mogelijkheden tot uitproberen van vreemde of niet zo voor de hand liggende combinaties. Ik probeer altijd zo te koken dat de maaltijd volledig is. Nu las ik laatst in de krant dat eigenlijk elke leefstijl een gebrek aan vitamines kent en dat je eigenlijk altijd wel iets bij zou moeten slikken. Op zich geloof ik wel dat je nooit helemaal alles precies op de juiste of meest gezonde peil kunt houden maar ik ben er toch van overtuigd dat je gezond kunt blijven zonder het bij slikken van vitamines als je maar voldoende afwisselt en gezond eet. Vaak moet je ook even weten hoe bepaalde voedingsstoffen op elkaar reageren. Ook denk ik dat het een heel persoonlijk iets is; ieder persoon heeft zijn eigen behoeftes en dat leer je alleen maar proefondervindelijk. Zelf kan ik al een paar jaar geen boerenkool meer verteren terwijl dat altijd één van mijn lievelingsgroente was. Natuurlijk heb ik het nog een aantal keer uitgeprobeerd nadat ik er de eerste keer ziek van was geworden. Je weet immers nooit of het toeval is geweest? Maar na de drie keer doodongelukkig van de maagpijn ’s nachts wakker te zijn geworden na het eten van boerenkool wist ik het wel. In de moestuin wordt nu dus minder boerenkool gezaaid en om mij niet lekker te maken, kookt mijn man boerenkool als ik in Amstelveen ben. 😉 Afijn, vandaag dus weer een ovenschotel en dit keer met rode bieten, aardappel en cashewnoten.
INGREDIËNTEN (voor 3-4 personen)
750 gram aardappels
500 gram rode bieten
1 flinke ui
100 gram cashewnoten
(verse) dille
zout, peper
50 gram margarine
2 eetlepels (frambozen)azijn

Verwarm de oven voor op 180*C. Kook de aardappels goed gaar in water met wat zout en maak er een mooie, zachte puree van met ongeveer de helft van de margarine en wat extra zout. Kook ook de bieten gaar in water met wat dille en wat zout en de (frambozenazijn); niet té gaar want straks in de oven garen ze nog een beetje door. Snijd de ui heel fijn en hak de cashewnoten grof. Vet een ovenschaal in met de rest van de margarine en bedek bodem en rand met aardappelpuree. Stamp het goed plat met de bolle kant van een grote lepel. Rasp de bieten niet al te fijn en meng ze met de rauwe, fijngesneden ui en de cashewnoten. Het kookwater van de bieten kun je gebruiken om het mengsel een beetje smeuïger te maken maar je kunt ook wat extra (frambozen)azijn daarvoor gebruiken, dan krijgt de vulling iets meer pit. Vul de aardappelpuree met het bietenmengsel en strooi er eventueel nog wat heel fijngekruimde cashewnoten overheen. Snijd de overgebleven margarine in heel fijne reepjes en leg die bovenop de schotel. oe de deksel op de ovenschotel en zet ongeveer een half uur in de oven, haal dan het deksel eraf en laat nog een minuut of tien staan voor een lekker bruin en krokant korstje. Als bijgerecht is het heel lekker om lupinestukjes goed krokant te bakken in de hete olie met wat zout, dille en (frambozen)azijn. Overigens is appelazijn of een goede vinaigrette ook erg lekker met bieten. Ik zou zeggen: eet smakelijk en tot het volgende recept!

TUINBONEN en SMOOTHIE

veganistische recepten

Het is een hele rage: de smoothie! Ik lust heel graag smoothies met fruit en zo, maar ik verfoei echt smoothies met groente. Sorry, maar ik kan dat echt niet lekker vinden. Ik vind groente die je kunt drinken alleen lekker als het warm is en soep heet. ’s Morgens maak ik graag een smoothie met vers fruit of fruit uit blik (zie hieronder voor mijn favoriete combinaties) om te drinken naast mijn zwarte koffie en mijn gebakken of gestoofde groente of wat er dan ook maar op het menu staat. Mensen vragen zich vaak af of ik wel genoeg eet. Ik denk zelf van wel en ik denk ook dat ik best gezond eet. Natuurlijk zou het altijd nog beter kunnen maar ik woon nu eenmaal in de wereld een daar drink ik ook weleens een biertje of een glaasje wijn. Op zich hoeft dat natuurlijk ook helemaal niet ongezond te zijn. Ik denk dat het meest ongezonde wat ik eet de ovenpatat op Zondagavond is. Uit mijn werk thuisgekomen, van Amstelveen naar Texel gereisd, geen zin meer om te koken, gooien we meestal een zak ovenfriet in de oven. Ik neem daarbij meestal ketchup, mosterd, veganistische mayonaise (Bionova) en zelfgemaakte appelmoes. Ik vind het ook helemaal niet moeilijk om nee te zeggen tegen bijvoorbeeld koekjes die mij worden aangeboden. Ik ben niet zo’n zoetekauw dus ik mis het ook niet echt, maar men vindt het we vaak vervelend dat ik altijd nee zeg en komen dan met de meest vreemde en originele alternatieven. Zo krijg ik vaak dadels of een appel bij de koffie en heb ik een hele verzameling repen pure chocola in de kast liggen omdat ik zo vaak repen krijg dat ik daar echt niet tegen op kan eten. Allemaal liefde zeg ik dan maar. Goed, patat dus daar hoef je niks aan te doen. Ik vind koken eigenlijk heel erg leuk en vooral het van niets iets maken en het creatief omgaan met vaak (of steeds) dezelfde recepten en toch iets anders eten, zie ik als een uitdaging. Vandaag heb ik soep gemaakt van de groente die nog over waren van de erwtensoep van vorige week. Ik heb prei, koolraap, pastinaak en wortel in kleine stukjes gesneden, even gebakken in de zonnebloemolie en er een driekwart liter water bijgedaan. Toen de groenten min of meer gaar waren, heb ik er een flinke klont kokosroom ingedaan en twee kruidenbouillonblokjes en nog een minuut of tien door laten koken. Vanavond warm ik het op, vlak voor we gaan eten en dan smaakt dat heerlijk! Als hoofdgerecht maak ik rijst met pindasaus en een bonenschotel. Maar eerst zal ik nog even mijn drie favoriete smoothies onthullen. Ik maak ze altijd zo: eerst alle harde en droge ingrediënten in de keukenmachine fijnmalen en dan het vocht erbij. Dan nog even goed laten draaien en lekker opdrinken. 1. peer, banaan, ongeveer 20 gram cashewnoten en 150-200 ml ricedream chocola. 2. mango (ongeveer 250 gram), ongeveer 30 gram gedroogde moerbeibessen, 150 ml Holy Soda (peer-perzik) 150 ml ricedream vanille. 3. ananas, ongeveer 20 gram verse gember, 150 ml kokoswater, 150 ml. oatly. Natuurlijk maak ik mijn smoothie altijd met wat er toevallig in huis is en vooral op maandag ben ik daarvoor afhankelijk van wat ik heb achtergelaten toen ik donderdag het huis verliet of wat mijn geliefde echtgenoot voor me heeft gekocht op zaterdag. Soms drink ik gewoon alleen thee of sap. Mooi, nu dan de bonenschotel: De groente uit de diepvries komen uit mijn eigen moestuin; die heb ik afgelopen zomer schoongemaakt en ingevroren. In de supermarkt kun je ook diepvriesbonen kopen maar je kunt ook een pot gebruiken. Ik raad aan de bonen dan eerst even te spoelen alvorens te gebruiken.
INGREDIËNTEN VOOR BONENSCHOTEL
2 uien
350 gram tuinbonen (diepvries)
100 gram sperziebonen (diepvries)
1 blikje tomatenpuree (geconcentreerd, 70 gram)
blikje tomatenblokjes (400 gram)
2 eetlepels (zonnebloem)olie
20 gram kurkuma
zout, peper, oregano
Snijd de uien niet al te fijn en gaar ze langzaam in de olie. Voeg de tomatenpuree toe en roer goed door. Voeg de tomatenblokjes toe en het zout, de peper en de oregano. Als het pruttelt, doe je er de bonen door. Laat het staan tot de bonen ontdooit zijn. Voeg dan de geraspte kurkuma toe. Serveer met rijst. Eventueel kun je er ook nog een pot witte bonen in tomatensaus of bruine bonen aan toevoegen. Hierdoor wordt het een recept voor vier personen in plaats van voor twee. Denk er wel aan dat je dan ook meer rijst moet koken! 😉

OVENSCHOTEL MET POMPOEN EN RIJST

veganistische recepten, wat-te-doen-met-pompoen

Ik reis veel met het openbaar vervoer. De laatste tijd helaas vaker voor een sollicitatiegesprek dan voor werk, maar het kan verkeren. Ik vind het heerlijk in de trein; je hoeft niks, lekker boekje lezen, naar buiten kijken, je gedachten de vrije loop laten gaan of een dutje doen. Nu heb ik niet echt een keus aangezien ik geen rijbewijs heb, maar ik zat juist vandaag nog te denken dat ik de meeste reizen toch met openbaar vervoer zou doen in plaats van met de auto, zelfs al had ik een rijbewijs. Ik heb gemerkt dat je vrijwel overal in Nederland kunt komen met trein, metro, bus en/of tram en het gemak dat ik ondervind is vele malen groter dan de gemakken die een eventuele eigen auto mij zou geven. Meestal lees ik een boek als ik onderweg ben want ik houd van lezen. Vroeger baalde ik altijd als een stekker als mijn boek uit was want dan liep ik met een zwaar boek te sjouwen en had ik toch niks te lezen. Dat probleem is met mijn e-reader uit de wereld geholpen en ik zou in principe zo een ander boek kunnen gaan lezen als ik het ene uit heb. Maar vaak grijpt een boek me zo aan dat ik niet direct aan een ander kan beginnen. Dit zijn de momenten dat ik naar buiten kijk en ondertussen smaken in mijn hoofd probeer te combineren. Wat heb ik nog in huis? Wat past daar goed bij? Hoe maak ik van deze ingrediënten een volledige en gezonde maaltijd? Soms bedenk ik iets heel eenvoudigs en soms blijkt iets heel anders op elkaar te reageren dan ik van tevoren had gedacht. Maar het voortdurend experimenteren met smaken en ingrediënten geeft me steeds meer zelfvertrouwen en als er al eens iets mislukt (wat heus wel gebeurd!) dan sla ik dat meteen op. Ik vind het leuk als het eten, behalve lekker, ook mooi is. Zo houd ik van de combinatie pompoen en winterwortel omdat de twee kleuren oranje elkaar zo prachtig aanvullen en gebruik ik liever zwarte bonen door de rijst dan witte of rode omdat het zwart-wit contrast mij zo aanspreekt. Ik hoop dat je mijn recepten gebruiken als basis en er zelf mee gaat experimenteren. Koken is echt vooral een kwestie van doen en durven en uitproberen wat jezelf het lekkerst of het fijnste vindt. Het blijft een uitdaging om elke dag een feestmaal te maken, vooral als je (zoals ik) wilt eten uit je eigen moestuin. Het is sowieso een heel goed idee om met de seizoenen mee te eten. Groente en fruit hebben zo ieder hun eigen tijd waarop ze rijp zijn voor de oogst. Natuurlijk spelen ook wij een beetje vals omdat onze vriezer vol zit met sperziebonen, tuinbonen, spinazie en courgette uit onze eigen tuin, de oogst van de zomer van 2014, maar over het algemeen eten we toch in de winter wintergroente en in de zomer zomergroente. En omdat ik vaak van tevoren kook omdat ik meestal tot etenstijd les zit te geven, maak ik vaak eten dat gemakkelijk op te warmen is; een ovenschotel met soep vooraf en veelal fruit toe. Vandaag een ovenschotel met rijst en pompoen. De ovenschotel is voor ongeveer drie personen en vrij licht verteerbaar. Vooraf een wat zwaardere soep, bijvoorbeeld linzensoep, is dan ook aan te bevelen. Eet smakelijk!

INGREDIËNTEN
1 kleine (oranje) pompoen (500-750 gram)
1 winterwortel
150 gram witte rijst
1 blik zwarte bonen (400 gram)
1 (pers)sinaasappel
1 grote ui
1 eetlepel kurkuma (geelwortel, gedroogd)
1 theelepel dille (vers of gedroogd)
1 eetlepel gembersiroop
zeezout (naar smaak, ongeveer een eetlepel)
scheutje zonnebloemolie

Kook de rijst volgens gebruiksaanwijzing.
Snijd de pompoen in niet al te kleine stukken, verwijder de schil.
Snijd de wortel in plakken.
Kook de wortel en de pompoen met wat sinaasappelzest en de kurkuma net gaar (beetgaar).
Vet een ovenschaal in en leg het wortelpompoenmengsel onderin.
Snijd de ui in ringen en bak die in de olie met de gembersiroop.
Voeg de rijst toe.
Spoel de bonen uit blik even onder de kraan en voeg toe aan het rijst-uienmengsel.
Haal de schil van de sinaasappel en verdeel in partjes. (TIP: een sinaasappel laat zich heel makkelijk schillen en in kleine stukjes verdelen op de volgende manier: Snijd de boven en de onderkant van de sinaasappel. Snijd de sinaasappel in drie of vier sneden overdwars. Leg de parten plat op de snijplank en snij schuin de schil eraf. Nu kun je gewoon de partjes van de sinaasappel pakken.) Voeg dit ook toe en strooi hierover het zeezout en de dille.
Laat het geheel even staan in de hete pan met het uur uit. Verspreid dit over de pompoen en de wortel. Heel even doorwarmen in de oven op 150-180*C. (Of: als het eerder klaar is dan er gegeten wordt: een goed half uur vóór het eten in de oven zetten, oven op 150-180*C, eventueel een paar blokjes margarine bovenop leggen.)

Rode bietensalade en rode bietensoep

bieten, salade, soep, veganistische recepten

In 1991 studeerde ik in Tbilisi (Georgië) bij de fantastische pianist Temur Maturelli, die helaas veel te jong is gestorven. In Tbilisi woonde ik bij een medestudent en haar ouders en leerde zo een mondje Georgisch spreken en ook het een en ander van hun gebruiken en gewoontes. Daar heb ik voor het eerst bietensoep (Borsjt) gegeten. Ik was daar in de zomer en het was 45* Celsius in de schaduw! Ik heb daar ook een aardbeving meegemaakt en de terugweg ging niet zonder horten of stoten; de USSR was zojuist uit elkaar gevallen en er was onenigheid tussen Rusland en Georgië (wanneer is dat er niet?) en op de een of andere manier was er geen kerosine voor het vliegtuig dat me naar Amsterdam zou brengen. Na een doorwaakte nacht op het vliegveld van Tbilisi, waar de hal open is (toen in ieder geval wel) en er vogels, vleermuizen en insecten gewoon naar believen in en uit konden vliegen, kon ik met een vliegtuig naar Helsinki vliegen en vandaar naar Amsterdam. De mensen die uit Helsinki kwamen hadden een temperatuurverschil van +10 graden (in Helsinki was het ongeveer 14-15 graden en in Amsterdam ongeveer 24-25) en iedereen trok opgelucht een trui uit, maar ik had dus een temperatuurverschil van -20 graden en trok bibberend een trui aan! Ik kan me nog goed herinneren dat ik de rest van de zomer belachelijk warme kleren droeg.
Het meest gebruikte kruid in de Georgische keuken is dille. Ze maken er onder andere een heerlijke pesto-achtige saus van. Dille groeit gewoon door zolang het niet vriest en we hebben tot ver in november verse dille uit de tuin kunnen halen. Als de dille in de zomer op het hoogtepunt is; vlak voor de bloei, kun je heel makkelijk een hele berg oogsten en gewassen in de vriezer stoppen. Overigens is dille een kruid waarvan je alles kunt gebruiken, blad, bloem en wortel. Dille meekoken met bieten of wortels verhoogt duidelijk de smaak van de groente. Natuurlijk kun je ook gedroogde dille gebruiken voor dit recept, maar verse (of vers-ingevroren dille) heeft wel veel meer smaak. Deze recepten gaan allebei heel goed met zomerbietjes zoals de Egyptische platronde maar kunnen ook heel goed gemaakt worden van winterbieten. Ik zou wel verse bieten gebruiken en geen voorgekookte omdat die vaak te weinig structuur hebben overgehouden in het inmaakproces. Natuurlijk heb ik makkelijk praten want ik heb op de tuin een kuil vol met winterbieten. Mijn moeder kookte altijd de bieten ongeschild omdat dan het schilletje er gemakkelijk afgaat maar zelf schil ik de bieten altijd voor het koken heel dun met een scherp mes. Dan heeft het meekoken van dille ook veel meer zin. De rode bieten moeten ongeveer 30-45 minuten koken, voor de soep laat ik ze dan afkoelen in hun eigen kookvocht zodat de smaak goed indikt, maar voor salade giet ik de bieten af omdat ze anders te slap worden voor een lekkere salade. TIP: Als je de bieten afgiet, kun je het kookvocht opvangen en later gebruiken om bijvoorbeeld pasta of taartglazuur te kleuren. Beide recepten beginnen dus met het koken van de bieten zoals hierboven beschreven en na het afkoelen kun je de bieten grof raspen en verder verwerken. Deze recepten zijn voor ongeveer vier personen. Ik zou zeggen: veel plezier met het bereiden en eet smakelijk!

INGREDIËNTEN VOOR BIETENSALADE
500 gram (gekookte en geraspte) bieten
1 wortel (geraspt)
2 flinke augurken
1 kleine ui
2 eetlepels frambozenazijn (of citroensap)
5 eetlepels (zonnebloem)olie
zout, peper, dille
1 kleine appel (geraspt)

Snijd de augurken en de ui klein en meng dit met de olie, azijn, zout, peper en dille. Meng hier de geraspte bieten, wortel en appel door. Laat de salade een poos (minstens een uur) koel en donker staan om aan elkaar te wennen. Heerlijk op een boterham of bij gekookte rijst of bij aardappelpuree.

INGREDIËNTEN VOOR BORSJT
500 gram (gekookte en geraspte) bieten
1 prei
1 ui
2 aardappels (rauw en geraspt)
1 pakje (soja-, of rijst)room
zout, peper, dille, teentje knoflook
2 kruidenbouillonblokjes
3 opscheplepels (zonnebloem)olie en eventueel een blokje margarine
500-700 ml. water (TIP: gebruik het kookvocht van de bieten en vul zo nodig aan met water)

Snijd de prei en de ui klein en bak ze even aan in de olie (met de margarine). Voeg zout, peper en knoflook toe. Voeg de geraspte bieten toe en blijf goed roeren. Voeg het water (en/of het bietenkookvocht) toe en breng aan de kook. Zodra het kookt, de geraspte, rauwe aardappels erbij en opnieuw laten koken. Dan de bouillonblokjes en de dille toevoegen en een goede 20-30 minuten laten koken op een laag vuur. Giet wat van de room in elke soepkom en daaroverheen de soep. Eventueel wat verse dille eroverheen strooien. Heerlijk met een verse boterham als maaltijdsoep of lunchgerecht.

Groentetaart

groentetaart, moestuin, veganistische recepten

Ondanks dat wij op het platteland wonen, hebben wij geen noemenswaardige tuin bij huis. Een plaatsje achter, een pleintje voor en een platje waar een kweekkasje staat. Dus huren wij een 250 m2 bij het nabijgelegen moestuinencomplex. Op het plaatsje achter ons huis, kweken we wel tomaten, dit in verband met phytophthora; een akelige schimmelziekte, ook wel aardappelziekte genoemd. Alle nachtschadeplanten zijn hier gevoelig voor maar aardappels kun je nog eten als ze lijden aan deze ziekte. (Mits je op tijd het blad verwijderd.) Tomaten kun je weggooien wanneer de plant phytophthora heeft. Deze ziekte is heel besmettelijk en verspreidt zich door de lucht dus is het beter de tomaten niet op het moestuinencomplex te houden. Soms hebben we pech en krijgen ze de ziekte van de aardappels van de buurvrouw, die wél een moestuin bij huis heeft maar meestal hebben we een redelijke tomatenoogst. Die phytophthora heeft ons op een andere manier ook al heel wat hoofdbrekers bezorgd; de eerste paar jaar dat we lid waren van deze moestuinenvereniging kregen we elk jaar een ander stuk grond toegewezen. We snapten maar niet waarom en begonnen ieder jaar weer opnieuw met groenbemester zaaien en onderspitten om de grond te verrijken. Uiteindelijk begrepen we dat het kwam omdat wij nooit aardappels teelden. De regels betreffende aardappelteelt zijn namelijk erg streng, juist in verband met deze ziekte. Zo mag je niet meer dan een-derde van de tuin voor aardappelteelt gebruiken en nooit vaker dan twee jaar achter elkaar op hetzelfde stuk aardappels telen. Omdat wij nooit aardappels teelden, was ons stuk grond zeer geliefd bij mensen die het liefst alleen maar aardappels willen telen. Ik heb nooit gesnapt en zal nimmer begrijpen waarom je op je moestuin alleen maar aardappels telen wilt maar dat is weer een ander verhaal. Sinds we dat begrepen hebben, telen we gewoon elk jaar twee of drie rijtjes aardappels en nu zitten we al voor het zesde seizoen op hetzelfde stuk. Dat is heel fijn want nu hebben we ook fruitbomen kunnen planten en bessenstruiken en bramen en frambozen (die dan weer niet veilig zijn voor de hond maar goed, die moet ook eten) en meerjarige kruiden als salie, rozemarijn en tijm. Onze tuin ligt inmiddels ook al een vijf centimeter hoger dan de tuin van de buren omdat wij altijd groenbemester en onkruid onderspitten en niet naar de gemeentelijke groenafval-verzamelplaats brengen. Nu klinkt het net of altijd alles lukt maar dat is natuurlijk niet zo. Elk jaar proberen we iets nieuws en als het een succes is, blijven we het doen. Paprika bijvoorbeeld blijkt het uitstekend te doen op de koude Texelse grond, zolang we ze maar een beetje beschut houden. Vorig jaar hebben we geprobeerd aubergines te telen en voor de zekerheid hadden we die in het kweekkasje gezet maar desondanks is er bar weinig van terecht gekomen; de twee aubergines die er uiteindelijk groeiden, werden niet groter dan een flinke augurk. Komend seizoen willen we de Italiaanse rode biet Chioggia proberen. Deze biet heeft wit-rode kringen en is rauw te eten. Je kunt ze ook koken maar dan gaat de mooie kleur verloren. De biet heeft een bijzondere zacht-zoete smaak. Dat gaat vast wel lukken; elk jaar hebben we een rijke oogst Egyptische platronde in de zomer en bewaarbieten Kogel 2 in de herfst. Recepten voor Russische bietensoep (Borsjt) en bietensalade komen nog wel een keer. Dit keer wil ik een recept voor groentetaart met jullie delen. Het is een beetje ingewikkelder dan de vorige keren. Ik heb van de valappeltjes uit onze boomgaard zelf appelchutney gemaakt en die gebruik ik als rijsmiddel voor het deeg van de taart. Ik heb nog nooit ergens hartige appelmoes of appelchutney in de winkel zien staan. Wellicht kun je voor dit recept toch het beste zelf een klein beetje appelchutney maken van twee flinke moesappels (gewoon de appels in stukjes gaar koken met een beetje azijn en wat zout en peper en even door de blender halen, goed af laten koelen alvorens te gebruiken) of ongezoete appelmoes gebruiken. Experimenteren in de keuken kan heel leuk zijn maar als je daar even geen zin in hebt, kun je ook de meel in het recept vervangen door zelfrijzend bakmeel of een (bak)banaan gebruiken in plaats van appelchutney. Veel succes, eet smakelijk en tot het volgende recept!

INGREDIËNTEN:
250 gram meel
125 gram margarine of kokosolie
2 opscheplepels appelchutney
eventueel wat water (als het deeg te droog blijkt)
VOOR DE VULLING:
1 prei
1 flinke winterwortel
1 kleine pompoen
1 eetlepel olie
zout, peper, kerrie, komijn (allemaal naar smaak maar ongeveer een theelepel van elk)

Wrijf de margarine (kokosolie) met de vingers door de meel tot een soort broodkruim, schep de appelchutney erdoor. Er moet een stevig bal ontstaan, soms is het wat droog, dan voeg je wat water toe. Soms is het wat vochtig, dan wat extra meel erbij. Doe het deeg in een afgesloten bak (of rol het in plastic folie) en laat het minstens een kwartier rusten in de koelkast. Verwarm de oven voor op 190* Celsius. Ondertussen de groenten fijn snijden. Het beste kun je de pompoen even voorstomen of blancheren in kokend water. Roerbak de prei, de wortel en de voorgekookte pompoen in de hete olie met wat zout, peper, kerrie en komijn. Vet een ovenschotel (of een springvorm 23 cm doorsnee, gaat ook) goed in en beleg eventueel met bakpapier, verspreid het deeg over de bodem en zijkanten en laat het overhangen. Vul het deeg met de vulling en vouw het overhangende deeg over de groente. Bak de taart in 25-35 minuten goudbruin en knapperig. Warm serveren. Extra lekker met een tomatensausje. Als je dit recept gebruikt wanneer je gasten krijgt, is het ook heel leuk om in plaats van één grote taart voor ieder een klein taartje te maken. Hiervoor kun je kleine springvormpjes gebruiken of ovenpannetjes. Let dan wel goed op de baktijd, die zal waarschijnlijk iets korter zijn!

ZUURKOOL

moestuin, veganistische recepten, zuurkool

Het commentaar dat ik het meeste  te horen krijg als ik vertel over mijn moestuinactiviteiten: je kunt toch ook gewoon groente in de winkel kopen? Natuurlijk kan dat en sterker nog: dat doe ik ook weleens! De aardappels uit eigen tuin zijn bijvoorbeeld allang op maar als ik onderstaand recept wil maken heb ik aardappels nodig. En ook witte-bonen-in-tomatensaus, tsja, ik kan natuurlijk witte bonen telen en die koken en van mijn tomaten tomatenpuree maken enzovoort maar ik kan ook gewoon in de winkel een pot witte-bonen-in-tomatensaus van Baltussen kopen. Of een ander merk dat biologische producten in de pot aanbiedt. Ik maak graag dingen zelf omdat ik dat leuk vind om te doen en omdat het lekkerder is en ook omdat ik dan precies weet wat erin zit. Als ik in de winkel iets koop, lees ik altijd zorgvuldig de ingrediëntenlijst en als er iets opstaat wat me niet bevalt, koop ik het gewoon niet! Immers: er is keuze genoeg! Maar ik zou natuurlijk wel gek zijn om niet de voordelen van deze tijd te gebruiken; mijn vader bakte altijd zelf brood. Hij was dan aan het werk als het wekkertje afging en zei dan tegen zijn patiënten in de wachtkamer: ik moet even het brood doorslaan (in de oven zetten, uit de oven halen) en ging daarna verder met zijn spreekuur. Wij bakken ook altijd zelf brood maar gebruiken daarvoor een broodbakmachine. Ik bedoel maar. Als je een moestuin hebt, ontkom je eigenlijk niet aan invriezen, wekken, jam koken en al die dingen die maken dat je verse groente en vers fruit langer kunt bewaren dan hun eigenlijke houdbaarheidsdatum. Er is nu eenmaal altijd van alles tegelijkertijd oogst klaar en daar valt eigenlijk niet tegenop te eten.
Zo zaai ik in het voorjaar altijd Filderkrautkool. Zodra ze rijp zijn voor de oogst, snijd ik ze zo fijn mogelijk en maak er zuurkool van. Dat is niet moeilijk, alleen heel bewerkelijk. De verhouding is op elke kilo kool 8 gram zout. Ik doe het meestal op de gok: ongeveer 400 gram kool, lepel zout erover heen strooien, dit herhalen tot de kool op is (of het vat vol.) De eerste drie weken moet je het elke dag stevig aandrukken. De eerste dag dat je het vat opent, komt de zuurkoollucht je al tegemoet, het is prachtig om te zien en te ruiken hoe verse kool langzaam veranderd in zuurkool. Na de eerste drie weken leg je er een zware steen op en zet je het drie weken donker en koel weg. Een kelder is natuurlijk het beste maar hier plaats ik het altijd in de kruipruimte en dat gaat ook uitstekend. Zolang de temperatuur maar laag en stabiel is en er geen zuurstof of licht bij kan komen; een goed afsluitbaar vat is onontbeerlijk. Houd er wel rekening mee dat er van de kool ongeveer twee-derde overblijft als het zuurkool is geworden. Onderstaand recept maak ik dus met zuurkool UET (=Uit Eigen Tuin) én UEV (=Uit Eigen Vat) maar je kunt dit recept ook heel goed maken met zuurkool uit de winkel. Zelf zou ik altijd voor biologische producten kiezen maar zelfs dat is niet noodzakelijk. (Al raad ik het wel aan, natuurlijk.) Verder kun je dit recept maken met appel, ananas of banaan. Ook het notenkruim bovenop kun je van verschillende noten maken of zelfs van een notenmelange. Zolang ze maar ongebrand en ongezouten zijn. Dit recept voor een ovenschotel met zuurkool is niet moeilijk maar wel vrij bewerkelijk. Ik houd van ovenschotels; je kunt ze van tevoren klaarmaken en de oven aanzetten een drie kwartier voor je wilt gaan eten en je hebt er verder geen omkijken meer naar. Dit recept is voor vier personen dus wij eten er altijd twee dagen van en dat is wel zo fijn als ik weinig tijd heb om te koken. Veel plezier met koken en tot het volgende recept!

INGREDIËNTEN
500 gram zuurkool
500 gram aardappelen
2 flinke uien
het wit van 2 stronkjes prei (het groen van de prei gebruik ik voor soep; dat recept komt een volgende keer!)
1 blikje ananas (of 1 appel of 2 bananen)
1 pot witte-bonen-in-tomatensaus (400 gram)
75 gram noten (naar keuze of gemengd)
scheutje (zonnebloem)olie
100 gram margarine of kokosolie
zout, peper, gember (vers of poeder)
1 kopje vruchtensap (als je ananas uit blik gebruikt, neem je het sap daarvan. Anders een kopje appelsap bv. Liever geen rood sap, dat kleurt de zuurkool zo raar)

Schil en kook de aardappels goed gaar. Verhit de olie en de margarine (kokosolie) Snijd de ui en de prei fijn en bak ze in de hete olie. Voeg gember(poeder) beetje zout en peper en het vruchtensap toe. Spoel de zuurkool even kort met koud water en leg het bovenop het ui-preimengsel, laat even staan om aan elkaar te wennen. Pureer ondertussen de aardappels met een beetje margarine en wat zout tot een luchtige puree. Hoe sneller je dat doet, hoe luchtiger het wordt/blijft. Lang stampen maakt de puree plakkerig, snel werken is dus aanbevelenswaardig. Vet een ovenschotel in met wat margarine, kokosolie of andere olie en leg het zuurkoolmengsel onderin. Daarbovenop leg je plakjes ananas (appel, banaan) en daarop de witte-bonen-in-tomatensaus. Daarbovenop komt de aardappelpuree en tot slot strooi je daaroverheen het notenkruim. Dit kun je heel makkelijk maken door de noten even kort door de keukenmachine te halen maar je kunt het ook goed doen met een koksmes. Daarvoor moet je wel een beetje handigheid met een groot mes bezitten. Je kunt ook de noten in een schone doek leggen en er flink op slaan met een deegroller. (Dat helpt ook goed om ongewenste agressie kwijt te geraken.) De schotel gaat een half uur, drie kwartier in een oven van 180* Celsius.

kikkererwtenpasta voor op brood

veganistische recepten

Toen ik 12 jaar was, werd ik ernstig ziek. Ik was benauwd, kon niet meer door mijn neus ademen, piepte en kraakte bij elke ademtocht en mijn stem, toch al niet zo hoog voor een meisje, zakte zeker een octaaf. Bij de KNO-arts bleek dat al mijn holtes vol zaten met poliepen. Ik  moest geopereerd worden. Mijn vader (huisarts) was bang dat er na het wegsnijden van deze poliepen er gewoon weer nieuwe zouden groeien en mijn moeder (verpleegkundige en apotheker) nam me daarom mee naar een klassieke homeopaat. Deze woonde in Bergen en ik herinner me die dag vooral als een heerlijk uitje met mijn moeder. Ongebruikelijk als het was in ons grote gezin om moeder een hele dag alleen voor mezelf te hebben en het feit dat mijn moeder altijd probeerde van een nare dag een mooie dag te maken, herinner ik me vooral de lange wandeling door de prachtige duinen en de maaltijd die we samen gebruikten in een restaurant vlakbij de (Texelse) boot. Niet wetende dat het bezoek bij de homeopaat mijn leven voor altijd zou veranderen. Hij constateerde namelijk dat ik niet in staat was dierlijke eiwitten of vetten te verteren. Pathologisch onderzoek van de poliepen gaf hem overigens later gelijk; de meeste poliepen waren uit allergie ontstaan. Hij raadde mijn moeder aan mij geen vlees, geen zuivel en geen eieren meer te laten eten. Nu aten wij al vrij lang vegetarisch dus op zich was het niet zo’n heel grote stap ware het niet dat er in die tijd nog geen pakken sojamelk, hazelnootmelk, rijstmelk, havermelk en wat dies meer zij in de schappen van de supermarkt stonden. Mijn vader kon wel, als apotheekhoudend huisarts, babymelkpoeder van sojabonen bestellen bij de groothandel en oh oh oh wat was dat vies! Tot mijn 18e heb ik mij heel streng aan dit dieet gehouden en de poliepen zijn nooit terug gekomen. De homeopaat had gezegd dat ik na vijf jaar weleens mocht proberen of het ging en dan beginnen met geitenmelk of geitenkaas omdat die eiwitten blijkbaar het meest lijken op onze eigen en dus makkelijker te verteren zouden zijn, maar altijd als ik dierlijke eiwitten of vetten binnen kreeg werd ik benauwd en zaten mijn holtes direct weer vol. Ik heb vanaf die tijd thuis eigenlijk altijd zonder dierlijke producten gegeten maar als ik ergens anders at, probeerde ik er geen punt van te maken. Het woord ‘veganist’ of ‘veganisme’ kende ik niet eens, laat staan dat ik mezelf zo noemde. Ik vermeed gewoon dierlijke producten omdat ik er ziek van werd en ik was overtuigd vegetariër omdat ik fel tegen de bio-industrie was (en nog steeds ben!) Toen gebeurde er twee belangrijke dingen: mijn man werd ernstig ziek en besloot vanwege zijn gezondheid voortaan geen zuivel en geen vlees meer te gebruiken en één van mijn allergrootste vriendinnen kreeg van de reumatoloog het advies veganistisch te gaan eten om opvlammingen van haar reuma te voorkomen. Veganistisch? vroeg ik onnozel. Ja, dat je niks eet wat van of door dieren gemaakt wordt. Oh, dacht ik toen, heet dat zo? En vanaf die tijd verdiep ik mij in de levensstijl die veganisme heet.
Veganistisch is eigenlijk heel simpel, zolang u maar genoeg bonen en noten eet en af en toe wat marmite en/of zeewier aan uw dieet toevoegt om uw vitamine B gehalte op peil te houden. Tegenwoordig is er zelfs in de kleinste supermarkt heel wat keus in veganistische producten. Wat ikzelf vooral lastig vind, is broodbeleg. Ik ben niet zo’n zoetekauw en eet graag wat hartigs op mijn boterham. In de zomer is er meer dan genoeg keus; met een tomaatje en een blaadje sla ben ik al gauw zeer tevreden maar in de winter blijft er eigenlijk alleen pindakaas over. Dat kun je dan combineren met marmite of met sambal of met banaan (waar het dan eigenlijk weer zoet van wordt) en mijn man eet het zelfs met mosterd (maar dat vind ik gewoon vies!). Dus ik maak het liefst zelf humus (kikkererwtenpasta) en daarvan geef ik u nu mijn recept. Er zijn eindeloos veel variaties op dit recept te bedenken en dat doe ik ook graag maar ik geef u het recept dat hier in huis veruit favoriet is. Dit recept is genoeg voor 10-15 boterhammen maar u kunt het ook heel goed gebruiken als basis voor een saladedressing. Eet smakelijk en tot het volgende recept!
INGREDIËNTEN

  • 100 gram gedroogde kikkererwten (kikkererwten uit blik kan ook, dat is sneller en gemakkelijker maar ook duurder)
  • 1 ui
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 wortel (ongeveer 75 gram)
  •  een half kopje (olijf)olie (als u kikkererwten uit blik gebruikt ongeveer een kwart kopje olie)
  •  citroensap van een halve citroen (of een flinke scheut citroensap uit een flesje)
  •  1 theelepel zout, 1 theelepel komijn, 1 theelepel kurkuma, peper naar smaak

Zet de kikkererwten een nacht in de week, helemaal onder water met de kurkuma en de helft van de komijn. Kook ze een goeie drie kwartier en giet ze af. Laat ze afkoelen. Vul ondertussen de keukenmachine met ui, knoflook, zout, peper, de rest van de komijn, het citroensap en de wortel. Het handigst is als u de wortel van tevoren even in kleine stukjes snijdt of zelfs raspt. Zodra er een soort papje ontstaat kunt u lepel voor lepel de kikkererwten toevoegen; wanneer u alle kikkererwten er in één keer bijgooit, heeft u kans dat er hele kikkererwten in de pasta blijven zitten en dat is niet zo lekker. Als alle kikkererwten verwerkt zijn, voegt u langzaam de olie toe tot er een mooie gladde pasta ontstaat. In de koelkast blijft de pasta tot twee weken goed. (Maar zolang staat het hier nooit!)

 

 

 

 

wortel-kokossoep

moestuin, veganistische recepten

Het is 1 januari 2015. Ik heb gisteren, vorig jaar dus eigenlijk, twee goede voornemens geformuleerd. Ten eerste wil ik ervoor zorgen dat ik meer roze kleren in de kast krijg. Nu ik niet in de gewoonte ben kleren te kopen; de meeste kleding in mijn kast zijn krijgertjes, weet ik niet zo goed hoe  ik dat voornemen moet verzilveren. Maar het tweede voornemen was het beginnen van een blog en na hier en daar wat advies te hebben gevraagd, ziet u hier mijn eerste stukje. Mijn bedoeling is dit blog te vullen met veganistische recepten. Zelf eet ik eigenlijk altijd uit mijn eigen moestuin en dus met de seizoenen mee, maar u kunt deze recepten heel goed maken met groente uit de winkel en in elk gewenst seizoen. U zult merken dat veganistisch eten niet alleen heel lekker en licht is, het is ook goed voor het geweten. Daarover later vast meer.

Vandaag wil ik beginnen met een heerlijke soep die zowel lunchgerecht als voorgerecht  kan zijn. Ik ben zelf dol op soep, het is lekker warm in je buik, het geeft troost en een extra cachet aan elke maaltijd. Het recept is makkelijk en snel klaar dus ik zou zeggen: aan de slag en eet smakelijk!

INGREDIËNTEN

  • 500 gram winterwortel
  • 1 blik kokosmelk (400 ml.)
  • 1 teentje geelwortel (=verse kurkuma)
  • 40 gram kokosroom
  • 1 flinke ui
  • 1 theelepel kerrie, snufje zout, 2 kruidenbouillonblokjes,
  • eventueel takje verse dille (gedroogde dilletoppen kan ook) en wat kokosrasp

Snijd de wortel  en de ui  in grove stukken. Kook ze gaar in de kokosmelk, samen met de geelwortel,  kerrie, zout en dille.  Als de wortel bijna gaar is de kokosroom erbij en nog even door laten koken. Kokosroom smelt moeilijk dus even goed blijven roeren! Haal de pan van het vuur en haal alles door de blender of door een roerzeef. Tot slot de bouillonblokjes erbij, nog even op het vuur onder voortdurend roeren en heet serveren. Op het bord of in de soepkom wat kokosrasp eroverheen strooien.

Eet smakelijk! Ik hoop dat u ervan geniet en tot het volgende recept.