AUGURKEN

augurk, moestuin

Terwijl de hele bovenverdieping ruikt naar vlierbloesem, omdat daar een emmer vol vlierbloesems en citroenen staat te trekken alvorens er limonadesiroop  van te kunnen koken, heb ik ondertussen ook de eerste augurken uit  ons kweekkasje kunnen oogsten. Augurken  groeien heel snel en bij gebrek aan bijen of andere vliegende insecten, bevruchten we de bloemetjes zelf met een kwastje. Er zijn diverse methoden om augurken in te maken; rauw eten  kun je ze niet en gekookt is niet echt lekker (geprobeerd heeft  😉 ) dus toch  maar op  zuur zetten of op  andere wijze inmaken. Hier onder de methode die ik altijd gebruik, wat geenszins wil zeggen dat dit de beste manier is maar ik vind het wel de makkelijkste. Ik pluk de augurken met  een scherp mesje en laat zoveel mogelijk  steeltje zitten. Dan schuur ze goed schoon. Niet alleen ontdaan van aarde en vuil  maar vooral ook van de kleine  scherpe  haartjes waar de vrucht mee vol zit. Dan bind ik ze stevig tegen  elkaar in een schone doek en dompel  ze  in lauwwarm zout water. Dat zoute water  maak ik door een flinke theelepel zout op  te lossen in heet  water en dat af te  laten koelen. De maat is 8 gram  zout per liter water maar  ik moet toegeven  dat  ik eigenlijk altijd maar wat doe.  Ik  laat de augurken twee of  drie dagen in het zoute water liggen op  een koele, donkere plaats. Dan spoel ik ze voorzichtig af onder de kraan en doe ze zo stevig mogelijk  in een pot. Het is belangrijk dat de augurken zo min mogelijk ruimte krijgen anders worden ze slap  in de pot en dat is bijzonder onsmakelijk. Hoe strakker ze in de pot zitten, hoe  langer je ze kunt bewaren. In de pot doe  ik dan ook een laurierblaadje, wat peperkorreltjes, een jeneverbesje en een kruidnageltje. Zodra er verse dille is, doe  ik er grofgesneden dille bij maar ja, die is nog maar net opgekomen! 😉 Vervolgens kook ik inmaakazijn, eventueel met wat suiker en kruiden toegevoegd. Wij houden wel van een pittig augurkje maar veel mensen hebben liever wat minder scherp en zuur en dan is wat suiker meekoken (ongeveer 50 gram suiker  op  een liter inmaakazijn) een goede oplossing. Er is ook een methode waarbij je de augurken eerst kookt en dan pas op zuur zet; omdat de stap met in zout weken wordt overgeslagen, komt er geen gistingsproces in de augurk op gang en blijft de augurk milder van smaak. Afijn, ik  overgiet de  augurken met de inmaakazijn (die niet koud is maar wel van de kook af.) en sluit de pot goed af. Laat de pot(ten) een dag of drie in het licht staan, tot de augurken  weer mooi groen kleuren. Dan mogen ze in de voorraadkast en blijven ze zeker een half jaar goed.  Heerlijk door de sla of op een boterham. Of als bijgerecht bij de nasi! Eet smakelijk en tot de volgende keer.

SPINAZIE op twee manieren

moestuin, spinazie, veganistische recepten

Vrij regelmatig kook ik (veganistisch natuurlijk) voor een goede vriend. In het begin vond hij het allemaal maar onzin, veganisme,  maar hij gaat mijn veganistische lijfstijl steeds beter begrijpen en waarderen. Zoals laatst bleek toen hij de krant met daarin een foto van een kippenboerderij bij mij vandaan hield omdat hij wist dat ik daar heel ongelukkig  van zou worden. Die foto was blijkbaar zo erg dat hij zei: als ik naar die foto kijk, moet ik je wel gelijk geven en als ik een paar keer naar die foto kijk, eet ik nooit meer een ei! Ik heb hem natuurlijk duidelijk gezegd dat hij dan maar heel vaak naar die foto moest kijken maar helaas heeft hij toch weer ei gegeten. ” Want bij spinazie hoort een ei.” Ik heb toen spinazie voor hem gekookt, zonder ei en hij vond het zelfs zo lekker dat hij suggereerde dat mijn volgende blogrecept te maken! Bij deze. Het grappige is dat juist diezelfde week de eerste spinazie uit onze moestuin kwam en ik dus in die week twee keer spinazie gekookt en gegeten heb. Vandaar dat er tweerecepten voor spinazie volgen. Het eerste recept  is met pasta en heb ik gemaakt met diepvriesspinazie maar er is geen enkele reden waarom dat met verse spinazie niet ook zou kunnen. Ik raad aan de spinazie dan eerst te koken, goed uit te laten lekken en klein te snijden alvorens het aan het recept toe te voegen. Het tweede recept is met aardappelpuree. De bedoeling was aardappelpuree met verse munt te maken (zie ouder recept) maar mijn man wist niet dat ik munt van de tuin had meegenomen voor het eten en heeft er vrolijk thee van gezet! ;Op het plaatsje achter huis hebben we alleen basilicum en citroenmelisse. Basilicum wilde ik al door de spinazie doen dus heb ik citroenmelisse door de aardappelpuree gedaan en het was bijzonder smakelijk! Even een kleine tip: als je groene kruiden door de aardappelpuree doet, hoeft er minder zout in. De volgende recepten zijn voor ongeveer drie personen. Bij beide recepten kun je heel goed een komkommersalade of een verse bladsla serveren. Ik had vooraf een lichte bonensoep gemaakt (van ogenboontjes en ui.  Dat recept komt zeker ook nog eens, al was het alleen maar om de kleur; ik heb nooit eerder een soep gekookt, gegeten of gezien met de kleur van cappuccino 😉 ) Nu dan spinazie met pasta, zonder ei.

SPINAZIE MET PASTA

ongeveer een pond spinazie

200 gram pasta (fusilli of penne)

20 gram plantaardige margarine

1 ui

1 groene paprika

50 gram champignons

handvol cashews

zout, peper, basilicum, dille

Kook de pasta gaar, spoel ze af met koud water. Kook (of ontdooi) de spinazie. Snijd de ui en de paprika in kleine stukjes en bak ze in de margarine tot de ui glazig is. Voeg de gesneden champignons toe.  Voeg zout, peper en groene kruiden naar smaak toe en laat onder goed roeren de champignons bruin bakken.Voeg de spinazie toe en de pasta, even goed roeren en op een laag vuur aan elkaar laten wennen. Hak ondertussen de cashews klein en roer die door het eten. Opdienen, opscheppen, opeten! Eet smakelijk.

De volgende dag maakte ik dus verse spinazie UET met aardappelpuree uit de oven. Aan de aardappelpuree voegde ik dit keer een handvol gehakte cashews en een flinke handvol  fijngesneden citroenmelisse maar elke andere noot is goed en verse munt of verse basilicum door de puree is ook niet te versmaden. De puree een kwartiertje tot een half uur in de oven op  een hoge stand (minstens 180*C) geeft een lekker krokant laagje. Voor de geroerbakte spinazie heb je nodig: (voor drie personen)

een ruime pond spinazie (ik moet eerlijk zeggen dat ik de spinazie uit de tuin niet even gewogen heb maar het was een groot vergiet vol; volgende keer zal ik eraan denken te wegen!)

een ui

100 gram champignon

een flinke handvol verse basilicum

zout, peper

3 el olie

1 el citroensap of azijn

Laat de olie heet worden in een grote hapjespan of wok, zet het vuur laag en voeg de grofgesneden ui toe. Laat deze langzaam garen. Als de ui glazig begint te worden, voeg je het citroensap toe en even later de grofgesneden champignons. Flink wat zout en peper strooien en de fijngesneden basilicum toevoegen. De spinazie bovenop leggen, snel de deksel erop. De pan steeds even schudden en als de spinazie begint te slinken, kun je het mengsel omscheppen. Blijf voorzichtig omscheppen tot de spinazie gaar genoeg is. Dit punt is voor iedereen een beetje anders; zelf vind ik de spinazie klaar als het groen donker begint te worden maar sommige mensen hebben liever dat de spinazie helemaal slap en gaar is. De andere kant op kan natuurlijk ook: sommige mensen zien de spinazie het liefst bijna helemaal rauw. Zolang je bij de pan blijft staan en de spinazie in de gaten houdt, kan het eigenlijk niet mislukken. Het beste kun je een spatel als opscheplepel gebruiken; de geroerbakte spinazie is nogal vochtig en niet iedereen vindt dat lekker.

De volgende  groente die uit de tuin zal komen, zijn waarschijnlijk raapsteeltjes. En dan natuurlijk aardbeien! Ik kan haast niet wachten. Tot de volgende keer.

WINTERPOSTELEIN

moestuin, veganistische recepten, winterpostelein

Afgelopen nacht had een heel klein beetje gevroren maar vanochtend was het stralend weer en dus gingen we opgetogen naar de moestuin. Eens even wat groente halen. Het is ongeveer drie maanden geleden dat ik de witlof heb ingekuild en ik kon het niet laten even stiekem te gluren. Dus ik graaf voorzichtig de kul open en ja hoor, al vrij snel zie ik een wit koppie boven de grond komen. Ik heb ze gauw weer toegedekt; ze mogen nog een weekje of twee doorgroeien. Verder nog wat prei uitgestoken. De wortelkuil is helemaal leeg! Ik geloofde het niet maar het bleek echt zo te zijn. Blijkbaar had ik afgelopen zomer ineens zo een zin in wortels dat ik een heel stuk geoogst had en dat stuk was nu dus leeg. Echt jammer want ik houd heel erg van wortels maar goed, er zijn gelukkig nog genoeg andere dingen om te eten. Bieten bijvoorbeeld. Nu had ik de vorige keer dat ik bieten uit de kuil haalde de stokken die de rand van de kuil aangeven iets te ver terug geplaatst met het gevolg dat ik vanochtend met de eerste spasteek al een biet doormidden hakte. Jammer, maar twee halve bieten kun je ook nog gewoon koken en eten. 😉 Voorts staat er nog pastinaak maar ik had nog twee penen in de koelkast liggen dus die heb ik lekker laten staan. Kunnen ze nog even doorgroeien. In de grond blijven ze veel langer goed dan in de koelkast! De buurman op de tuin heeft zijn moestuin eigenlijk niet voor de groente maar om te experimenteren met nieuw of verbeterd zaad. Hij hangt een filosofie aan dat je niet moet wieden maar alles moet laten groeien waar het komt of vanzelf groeien wil. Heel fijn voor hem maar zodra het onkruid in zijn tuin gaat bloeien en zaden gaat verspreiden wil heel veel van dat onkruid in onze tuin groeien en onnodig te zeggen dat wij dat niet willen. Hij bezorgt ons dus best wel veel overlast. Het is verder een aardige man, hoor dus we laten het er maar bij zitten maar kunnen het ook niet nalaten ons te verbazen over de hoeveelheid groente die op zijn tuin groeit, schiet en verdort zonder dat ooit iemand ervan kan genieten. Dat vinden wij nou echt zonde. In ieder geval: op dit moment staat zijn perceel vol met winterpostelein en natuurlijk staat er bij ons ook het nodige. Ik heb vier mooie pollen uitgezocht en afgesneden. Thuisgekomen heb ik de blaadjes losgesneden (gaat vrij gemakkelijk; ik snijd gewoon de worteltjes vrij hoog op het steeltje af) en grondig gewassen. Winterpostelein is maar een klein plantje, groeit dichtbij de grond en is vaak erg modderig. Het plantje lijkt een beetje op speenkruid. Ik maak er een heerlijke stamppot van! Ik heb eerlijk gezegd nog nooit winterpostelein in de winkel zien liggen maar misschien dat Ekoplaza het weleens verkoopt. Anders kun je het bijna overal vinden langs de slootkant of op braakliggend akkerland. Desnoods maak je onderstaand recept met andijvie, dat kan ook heel goed. Eet smakelijk en tot het volgende recept!
INGREDIËNTEN
200-250 gram winterpostelein
750 gram aardappels
100 gram shi-takes (of champignons)
1 rode puntpaprika
1 ui
50 gram gerookte amandelen
25 gram margarine
2 eetlepels (zonnebloem)olie
1 teentje knoflook
zout, peper

Kook de aardappels gaar met een beetje zout en maak een luchtige puree. Verhit olie en margarine en voeg daar de gesneden shi-takes, de fijngesneden ui, de knoflook en de gesneden puntpaprika toe. Laat even staan, af en toe roeren. Voeg de (goed gewassen!) winterpostelein toe en schep goed om. Zodra de winterpostelein gaat slinken, doe je er de aardappelpuree bovenop en schep alles door elkaar. Voeg out en peper naar smaak toe. Neem ongeveer driekwart van de amandelen in niet al te kleine stukken gehakt en roer dit door de stamppot. De rest van de amandelen hak je heel fijn en zet je op tafel om naar believen over de stamppot te (laten) strooien. Echt een originele Hollandse eenpansmaaltijd. Snel, gemakkelijk, errug lekker en goedkoop!

OVENSCHOTEL MET POMPOEN EN RIJST

veganistische recepten, wat-te-doen-met-pompoen

Ik reis veel met het openbaar vervoer. De laatste tijd helaas vaker voor een sollicitatiegesprek dan voor werk, maar het kan verkeren. Ik vind het heerlijk in de trein; je hoeft niks, lekker boekje lezen, naar buiten kijken, je gedachten de vrije loop laten gaan of een dutje doen. Nu heb ik niet echt een keus aangezien ik geen rijbewijs heb, maar ik zat juist vandaag nog te denken dat ik de meeste reizen toch met openbaar vervoer zou doen in plaats van met de auto, zelfs al had ik een rijbewijs. Ik heb gemerkt dat je vrijwel overal in Nederland kunt komen met trein, metro, bus en/of tram en het gemak dat ik ondervind is vele malen groter dan de gemakken die een eventuele eigen auto mij zou geven. Meestal lees ik een boek als ik onderweg ben want ik houd van lezen. Vroeger baalde ik altijd als een stekker als mijn boek uit was want dan liep ik met een zwaar boek te sjouwen en had ik toch niks te lezen. Dat probleem is met mijn e-reader uit de wereld geholpen en ik zou in principe zo een ander boek kunnen gaan lezen als ik het ene uit heb. Maar vaak grijpt een boek me zo aan dat ik niet direct aan een ander kan beginnen. Dit zijn de momenten dat ik naar buiten kijk en ondertussen smaken in mijn hoofd probeer te combineren. Wat heb ik nog in huis? Wat past daar goed bij? Hoe maak ik van deze ingrediënten een volledige en gezonde maaltijd? Soms bedenk ik iets heel eenvoudigs en soms blijkt iets heel anders op elkaar te reageren dan ik van tevoren had gedacht. Maar het voortdurend experimenteren met smaken en ingrediënten geeft me steeds meer zelfvertrouwen en als er al eens iets mislukt (wat heus wel gebeurd!) dan sla ik dat meteen op. Ik vind het leuk als het eten, behalve lekker, ook mooi is. Zo houd ik van de combinatie pompoen en winterwortel omdat de twee kleuren oranje elkaar zo prachtig aanvullen en gebruik ik liever zwarte bonen door de rijst dan witte of rode omdat het zwart-wit contrast mij zo aanspreekt. Ik hoop dat je mijn recepten gebruiken als basis en er zelf mee gaat experimenteren. Koken is echt vooral een kwestie van doen en durven en uitproberen wat jezelf het lekkerst of het fijnste vindt. Het blijft een uitdaging om elke dag een feestmaal te maken, vooral als je (zoals ik) wilt eten uit je eigen moestuin. Het is sowieso een heel goed idee om met de seizoenen mee te eten. Groente en fruit hebben zo ieder hun eigen tijd waarop ze rijp zijn voor de oogst. Natuurlijk spelen ook wij een beetje vals omdat onze vriezer vol zit met sperziebonen, tuinbonen, spinazie en courgette uit onze eigen tuin, de oogst van de zomer van 2014, maar over het algemeen eten we toch in de winter wintergroente en in de zomer zomergroente. En omdat ik vaak van tevoren kook omdat ik meestal tot etenstijd les zit te geven, maak ik vaak eten dat gemakkelijk op te warmen is; een ovenschotel met soep vooraf en veelal fruit toe. Vandaag een ovenschotel met rijst en pompoen. De ovenschotel is voor ongeveer drie personen en vrij licht verteerbaar. Vooraf een wat zwaardere soep, bijvoorbeeld linzensoep, is dan ook aan te bevelen. Eet smakelijk!

INGREDIËNTEN
1 kleine (oranje) pompoen (500-750 gram)
1 winterwortel
150 gram witte rijst
1 blik zwarte bonen (400 gram)
1 (pers)sinaasappel
1 grote ui
1 eetlepel kurkuma (geelwortel, gedroogd)
1 theelepel dille (vers of gedroogd)
1 eetlepel gembersiroop
zeezout (naar smaak, ongeveer een eetlepel)
scheutje zonnebloemolie

Kook de rijst volgens gebruiksaanwijzing.
Snijd de pompoen in niet al te kleine stukken, verwijder de schil.
Snijd de wortel in plakken.
Kook de wortel en de pompoen met wat sinaasappelzest en de kurkuma net gaar (beetgaar).
Vet een ovenschaal in en leg het wortelpompoenmengsel onderin.
Snijd de ui in ringen en bak die in de olie met de gembersiroop.
Voeg de rijst toe.
Spoel de bonen uit blik even onder de kraan en voeg toe aan het rijst-uienmengsel.
Haal de schil van de sinaasappel en verdeel in partjes. (TIP: een sinaasappel laat zich heel makkelijk schillen en in kleine stukjes verdelen op de volgende manier: Snijd de boven en de onderkant van de sinaasappel. Snijd de sinaasappel in drie of vier sneden overdwars. Leg de parten plat op de snijplank en snij schuin de schil eraf. Nu kun je gewoon de partjes van de sinaasappel pakken.) Voeg dit ook toe en strooi hierover het zeezout en de dille.
Laat het geheel even staan in de hete pan met het uur uit. Verspreid dit over de pompoen en de wortel. Heel even doorwarmen in de oven op 150-180*C. (Of: als het eerder klaar is dan er gegeten wordt: een goed half uur vóór het eten in de oven zetten, oven op 150-180*C, eventueel een paar blokjes margarine bovenop leggen.)

Rode bietensalade en rode bietensoep

bieten, salade, soep, veganistische recepten

In 1991 studeerde ik in Tbilisi (Georgië) bij de fantastische pianist Temur Maturelli, die helaas veel te jong is gestorven. In Tbilisi woonde ik bij een medestudent en haar ouders en leerde zo een mondje Georgisch spreken en ook het een en ander van hun gebruiken en gewoontes. Daar heb ik voor het eerst bietensoep (Borsjt) gegeten. Ik was daar in de zomer en het was 45* Celsius in de schaduw! Ik heb daar ook een aardbeving meegemaakt en de terugweg ging niet zonder horten of stoten; de USSR was zojuist uit elkaar gevallen en er was onenigheid tussen Rusland en Georgië (wanneer is dat er niet?) en op de een of andere manier was er geen kerosine voor het vliegtuig dat me naar Amsterdam zou brengen. Na een doorwaakte nacht op het vliegveld van Tbilisi, waar de hal open is (toen in ieder geval wel) en er vogels, vleermuizen en insecten gewoon naar believen in en uit konden vliegen, kon ik met een vliegtuig naar Helsinki vliegen en vandaar naar Amsterdam. De mensen die uit Helsinki kwamen hadden een temperatuurverschil van +10 graden (in Helsinki was het ongeveer 14-15 graden en in Amsterdam ongeveer 24-25) en iedereen trok opgelucht een trui uit, maar ik had dus een temperatuurverschil van -20 graden en trok bibberend een trui aan! Ik kan me nog goed herinneren dat ik de rest van de zomer belachelijk warme kleren droeg.
Het meest gebruikte kruid in de Georgische keuken is dille. Ze maken er onder andere een heerlijke pesto-achtige saus van. Dille groeit gewoon door zolang het niet vriest en we hebben tot ver in november verse dille uit de tuin kunnen halen. Als de dille in de zomer op het hoogtepunt is; vlak voor de bloei, kun je heel makkelijk een hele berg oogsten en gewassen in de vriezer stoppen. Overigens is dille een kruid waarvan je alles kunt gebruiken, blad, bloem en wortel. Dille meekoken met bieten of wortels verhoogt duidelijk de smaak van de groente. Natuurlijk kun je ook gedroogde dille gebruiken voor dit recept, maar verse (of vers-ingevroren dille) heeft wel veel meer smaak. Deze recepten gaan allebei heel goed met zomerbietjes zoals de Egyptische platronde maar kunnen ook heel goed gemaakt worden van winterbieten. Ik zou wel verse bieten gebruiken en geen voorgekookte omdat die vaak te weinig structuur hebben overgehouden in het inmaakproces. Natuurlijk heb ik makkelijk praten want ik heb op de tuin een kuil vol met winterbieten. Mijn moeder kookte altijd de bieten ongeschild omdat dan het schilletje er gemakkelijk afgaat maar zelf schil ik de bieten altijd voor het koken heel dun met een scherp mes. Dan heeft het meekoken van dille ook veel meer zin. De rode bieten moeten ongeveer 30-45 minuten koken, voor de soep laat ik ze dan afkoelen in hun eigen kookvocht zodat de smaak goed indikt, maar voor salade giet ik de bieten af omdat ze anders te slap worden voor een lekkere salade. TIP: Als je de bieten afgiet, kun je het kookvocht opvangen en later gebruiken om bijvoorbeeld pasta of taartglazuur te kleuren. Beide recepten beginnen dus met het koken van de bieten zoals hierboven beschreven en na het afkoelen kun je de bieten grof raspen en verder verwerken. Deze recepten zijn voor ongeveer vier personen. Ik zou zeggen: veel plezier met het bereiden en eet smakelijk!

INGREDIËNTEN VOOR BIETENSALADE
500 gram (gekookte en geraspte) bieten
1 wortel (geraspt)
2 flinke augurken
1 kleine ui
2 eetlepels frambozenazijn (of citroensap)
5 eetlepels (zonnebloem)olie
zout, peper, dille
1 kleine appel (geraspt)

Snijd de augurken en de ui klein en meng dit met de olie, azijn, zout, peper en dille. Meng hier de geraspte bieten, wortel en appel door. Laat de salade een poos (minstens een uur) koel en donker staan om aan elkaar te wennen. Heerlijk op een boterham of bij gekookte rijst of bij aardappelpuree.

INGREDIËNTEN VOOR BORSJT
500 gram (gekookte en geraspte) bieten
1 prei
1 ui
2 aardappels (rauw en geraspt)
1 pakje (soja-, of rijst)room
zout, peper, dille, teentje knoflook
2 kruidenbouillonblokjes
3 opscheplepels (zonnebloem)olie en eventueel een blokje margarine
500-700 ml. water (TIP: gebruik het kookvocht van de bieten en vul zo nodig aan met water)

Snijd de prei en de ui klein en bak ze even aan in de olie (met de margarine). Voeg zout, peper en knoflook toe. Voeg de geraspte bieten toe en blijf goed roeren. Voeg het water (en/of het bietenkookvocht) toe en breng aan de kook. Zodra het kookt, de geraspte, rauwe aardappels erbij en opnieuw laten koken. Dan de bouillonblokjes en de dille toevoegen en een goede 20-30 minuten laten koken op een laag vuur. Giet wat van de room in elke soepkom en daaroverheen de soep. Eventueel wat verse dille eroverheen strooien. Heerlijk met een verse boterham als maaltijdsoep of lunchgerecht.

Groentetaart

groentetaart, moestuin, veganistische recepten

Ondanks dat wij op het platteland wonen, hebben wij geen noemenswaardige tuin bij huis. Een plaatsje achter, een pleintje voor en een platje waar een kweekkasje staat. Dus huren wij een 250 m2 bij het nabijgelegen moestuinencomplex. Op het plaatsje achter ons huis, kweken we wel tomaten, dit in verband met phytophthora; een akelige schimmelziekte, ook wel aardappelziekte genoemd. Alle nachtschadeplanten zijn hier gevoelig voor maar aardappels kun je nog eten als ze lijden aan deze ziekte. (Mits je op tijd het blad verwijderd.) Tomaten kun je weggooien wanneer de plant phytophthora heeft. Deze ziekte is heel besmettelijk en verspreidt zich door de lucht dus is het beter de tomaten niet op het moestuinencomplex te houden. Soms hebben we pech en krijgen ze de ziekte van de aardappels van de buurvrouw, die wél een moestuin bij huis heeft maar meestal hebben we een redelijke tomatenoogst. Die phytophthora heeft ons op een andere manier ook al heel wat hoofdbrekers bezorgd; de eerste paar jaar dat we lid waren van deze moestuinenvereniging kregen we elk jaar een ander stuk grond toegewezen. We snapten maar niet waarom en begonnen ieder jaar weer opnieuw met groenbemester zaaien en onderspitten om de grond te verrijken. Uiteindelijk begrepen we dat het kwam omdat wij nooit aardappels teelden. De regels betreffende aardappelteelt zijn namelijk erg streng, juist in verband met deze ziekte. Zo mag je niet meer dan een-derde van de tuin voor aardappelteelt gebruiken en nooit vaker dan twee jaar achter elkaar op hetzelfde stuk aardappels telen. Omdat wij nooit aardappels teelden, was ons stuk grond zeer geliefd bij mensen die het liefst alleen maar aardappels willen telen. Ik heb nooit gesnapt en zal nimmer begrijpen waarom je op je moestuin alleen maar aardappels telen wilt maar dat is weer een ander verhaal. Sinds we dat begrepen hebben, telen we gewoon elk jaar twee of drie rijtjes aardappels en nu zitten we al voor het zesde seizoen op hetzelfde stuk. Dat is heel fijn want nu hebben we ook fruitbomen kunnen planten en bessenstruiken en bramen en frambozen (die dan weer niet veilig zijn voor de hond maar goed, die moet ook eten) en meerjarige kruiden als salie, rozemarijn en tijm. Onze tuin ligt inmiddels ook al een vijf centimeter hoger dan de tuin van de buren omdat wij altijd groenbemester en onkruid onderspitten en niet naar de gemeentelijke groenafval-verzamelplaats brengen. Nu klinkt het net of altijd alles lukt maar dat is natuurlijk niet zo. Elk jaar proberen we iets nieuws en als het een succes is, blijven we het doen. Paprika bijvoorbeeld blijkt het uitstekend te doen op de koude Texelse grond, zolang we ze maar een beetje beschut houden. Vorig jaar hebben we geprobeerd aubergines te telen en voor de zekerheid hadden we die in het kweekkasje gezet maar desondanks is er bar weinig van terecht gekomen; de twee aubergines die er uiteindelijk groeiden, werden niet groter dan een flinke augurk. Komend seizoen willen we de Italiaanse rode biet Chioggia proberen. Deze biet heeft wit-rode kringen en is rauw te eten. Je kunt ze ook koken maar dan gaat de mooie kleur verloren. De biet heeft een bijzondere zacht-zoete smaak. Dat gaat vast wel lukken; elk jaar hebben we een rijke oogst Egyptische platronde in de zomer en bewaarbieten Kogel 2 in de herfst. Recepten voor Russische bietensoep (Borsjt) en bietensalade komen nog wel een keer. Dit keer wil ik een recept voor groentetaart met jullie delen. Het is een beetje ingewikkelder dan de vorige keren. Ik heb van de valappeltjes uit onze boomgaard zelf appelchutney gemaakt en die gebruik ik als rijsmiddel voor het deeg van de taart. Ik heb nog nooit ergens hartige appelmoes of appelchutney in de winkel zien staan. Wellicht kun je voor dit recept toch het beste zelf een klein beetje appelchutney maken van twee flinke moesappels (gewoon de appels in stukjes gaar koken met een beetje azijn en wat zout en peper en even door de blender halen, goed af laten koelen alvorens te gebruiken) of ongezoete appelmoes gebruiken. Experimenteren in de keuken kan heel leuk zijn maar als je daar even geen zin in hebt, kun je ook de meel in het recept vervangen door zelfrijzend bakmeel of een (bak)banaan gebruiken in plaats van appelchutney. Veel succes, eet smakelijk en tot het volgende recept!

INGREDIËNTEN:
250 gram meel
125 gram margarine of kokosolie
2 opscheplepels appelchutney
eventueel wat water (als het deeg te droog blijkt)
VOOR DE VULLING:
1 prei
1 flinke winterwortel
1 kleine pompoen
1 eetlepel olie
zout, peper, kerrie, komijn (allemaal naar smaak maar ongeveer een theelepel van elk)

Wrijf de margarine (kokosolie) met de vingers door de meel tot een soort broodkruim, schep de appelchutney erdoor. Er moet een stevig bal ontstaan, soms is het wat droog, dan voeg je wat water toe. Soms is het wat vochtig, dan wat extra meel erbij. Doe het deeg in een afgesloten bak (of rol het in plastic folie) en laat het minstens een kwartier rusten in de koelkast. Verwarm de oven voor op 190* Celsius. Ondertussen de groenten fijn snijden. Het beste kun je de pompoen even voorstomen of blancheren in kokend water. Roerbak de prei, de wortel en de voorgekookte pompoen in de hete olie met wat zout, peper, kerrie en komijn. Vet een ovenschotel (of een springvorm 23 cm doorsnee, gaat ook) goed in en beleg eventueel met bakpapier, verspreid het deeg over de bodem en zijkanten en laat het overhangen. Vul het deeg met de vulling en vouw het overhangende deeg over de groente. Bak de taart in 25-35 minuten goudbruin en knapperig. Warm serveren. Extra lekker met een tomatensausje. Als je dit recept gebruikt wanneer je gasten krijgt, is het ook heel leuk om in plaats van één grote taart voor ieder een klein taartje te maken. Hiervoor kun je kleine springvormpjes gebruiken of ovenpannetjes. Let dan wel goed op de baktijd, die zal waarschijnlijk iets korter zijn!

ZUURKOOL

moestuin, veganistische recepten, zuurkool

Het commentaar dat ik het meeste  te horen krijg als ik vertel over mijn moestuinactiviteiten: je kunt toch ook gewoon groente in de winkel kopen? Natuurlijk kan dat en sterker nog: dat doe ik ook weleens! De aardappels uit eigen tuin zijn bijvoorbeeld allang op maar als ik onderstaand recept wil maken heb ik aardappels nodig. En ook witte-bonen-in-tomatensaus, tsja, ik kan natuurlijk witte bonen telen en die koken en van mijn tomaten tomatenpuree maken enzovoort maar ik kan ook gewoon in de winkel een pot witte-bonen-in-tomatensaus van Baltussen kopen. Of een ander merk dat biologische producten in de pot aanbiedt. Ik maak graag dingen zelf omdat ik dat leuk vind om te doen en omdat het lekkerder is en ook omdat ik dan precies weet wat erin zit. Als ik in de winkel iets koop, lees ik altijd zorgvuldig de ingrediëntenlijst en als er iets opstaat wat me niet bevalt, koop ik het gewoon niet! Immers: er is keuze genoeg! Maar ik zou natuurlijk wel gek zijn om niet de voordelen van deze tijd te gebruiken; mijn vader bakte altijd zelf brood. Hij was dan aan het werk als het wekkertje afging en zei dan tegen zijn patiënten in de wachtkamer: ik moet even het brood doorslaan (in de oven zetten, uit de oven halen) en ging daarna verder met zijn spreekuur. Wij bakken ook altijd zelf brood maar gebruiken daarvoor een broodbakmachine. Ik bedoel maar. Als je een moestuin hebt, ontkom je eigenlijk niet aan invriezen, wekken, jam koken en al die dingen die maken dat je verse groente en vers fruit langer kunt bewaren dan hun eigenlijke houdbaarheidsdatum. Er is nu eenmaal altijd van alles tegelijkertijd oogst klaar en daar valt eigenlijk niet tegenop te eten.
Zo zaai ik in het voorjaar altijd Filderkrautkool. Zodra ze rijp zijn voor de oogst, snijd ik ze zo fijn mogelijk en maak er zuurkool van. Dat is niet moeilijk, alleen heel bewerkelijk. De verhouding is op elke kilo kool 8 gram zout. Ik doe het meestal op de gok: ongeveer 400 gram kool, lepel zout erover heen strooien, dit herhalen tot de kool op is (of het vat vol.) De eerste drie weken moet je het elke dag stevig aandrukken. De eerste dag dat je het vat opent, komt de zuurkoollucht je al tegemoet, het is prachtig om te zien en te ruiken hoe verse kool langzaam veranderd in zuurkool. Na de eerste drie weken leg je er een zware steen op en zet je het drie weken donker en koel weg. Een kelder is natuurlijk het beste maar hier plaats ik het altijd in de kruipruimte en dat gaat ook uitstekend. Zolang de temperatuur maar laag en stabiel is en er geen zuurstof of licht bij kan komen; een goed afsluitbaar vat is onontbeerlijk. Houd er wel rekening mee dat er van de kool ongeveer twee-derde overblijft als het zuurkool is geworden. Onderstaand recept maak ik dus met zuurkool UET (=Uit Eigen Tuin) én UEV (=Uit Eigen Vat) maar je kunt dit recept ook heel goed maken met zuurkool uit de winkel. Zelf zou ik altijd voor biologische producten kiezen maar zelfs dat is niet noodzakelijk. (Al raad ik het wel aan, natuurlijk.) Verder kun je dit recept maken met appel, ananas of banaan. Ook het notenkruim bovenop kun je van verschillende noten maken of zelfs van een notenmelange. Zolang ze maar ongebrand en ongezouten zijn. Dit recept voor een ovenschotel met zuurkool is niet moeilijk maar wel vrij bewerkelijk. Ik houd van ovenschotels; je kunt ze van tevoren klaarmaken en de oven aanzetten een drie kwartier voor je wilt gaan eten en je hebt er verder geen omkijken meer naar. Dit recept is voor vier personen dus wij eten er altijd twee dagen van en dat is wel zo fijn als ik weinig tijd heb om te koken. Veel plezier met koken en tot het volgende recept!

INGREDIËNTEN
500 gram zuurkool
500 gram aardappelen
2 flinke uien
het wit van 2 stronkjes prei (het groen van de prei gebruik ik voor soep; dat recept komt een volgende keer!)
1 blikje ananas (of 1 appel of 2 bananen)
1 pot witte-bonen-in-tomatensaus (400 gram)
75 gram noten (naar keuze of gemengd)
scheutje (zonnebloem)olie
100 gram margarine of kokosolie
zout, peper, gember (vers of poeder)
1 kopje vruchtensap (als je ananas uit blik gebruikt, neem je het sap daarvan. Anders een kopje appelsap bv. Liever geen rood sap, dat kleurt de zuurkool zo raar)

Schil en kook de aardappels goed gaar. Verhit de olie en de margarine (kokosolie) Snijd de ui en de prei fijn en bak ze in de hete olie. Voeg gember(poeder) beetje zout en peper en het vruchtensap toe. Spoel de zuurkool even kort met koud water en leg het bovenop het ui-preimengsel, laat even staan om aan elkaar te wennen. Pureer ondertussen de aardappels met een beetje margarine en wat zout tot een luchtige puree. Hoe sneller je dat doet, hoe luchtiger het wordt/blijft. Lang stampen maakt de puree plakkerig, snel werken is dus aanbevelenswaardig. Vet een ovenschotel in met wat margarine, kokosolie of andere olie en leg het zuurkoolmengsel onderin. Daarbovenop leg je plakjes ananas (appel, banaan) en daarop de witte-bonen-in-tomatensaus. Daarbovenop komt de aardappelpuree en tot slot strooi je daaroverheen het notenkruim. Dit kun je heel makkelijk maken door de noten even kort door de keukenmachine te halen maar je kunt het ook goed doen met een koksmes. Daarvoor moet je wel een beetje handigheid met een groot mes bezitten. Je kunt ook de noten in een schone doek leggen en er flink op slaan met een deegroller. (Dat helpt ook goed om ongewenste agressie kwijt te geraken.) De schotel gaat een half uur, drie kwartier in een oven van 180* Celsius.

wortel-kokossoep

moestuin, veganistische recepten

Het is 1 januari 2015. Ik heb gisteren, vorig jaar dus eigenlijk, twee goede voornemens geformuleerd. Ten eerste wil ik ervoor zorgen dat ik meer roze kleren in de kast krijg. Nu ik niet in de gewoonte ben kleren te kopen; de meeste kleding in mijn kast zijn krijgertjes, weet ik niet zo goed hoe  ik dat voornemen moet verzilveren. Maar het tweede voornemen was het beginnen van een blog en na hier en daar wat advies te hebben gevraagd, ziet u hier mijn eerste stukje. Mijn bedoeling is dit blog te vullen met veganistische recepten. Zelf eet ik eigenlijk altijd uit mijn eigen moestuin en dus met de seizoenen mee, maar u kunt deze recepten heel goed maken met groente uit de winkel en in elk gewenst seizoen. U zult merken dat veganistisch eten niet alleen heel lekker en licht is, het is ook goed voor het geweten. Daarover later vast meer.

Vandaag wil ik beginnen met een heerlijke soep die zowel lunchgerecht als voorgerecht  kan zijn. Ik ben zelf dol op soep, het is lekker warm in je buik, het geeft troost en een extra cachet aan elke maaltijd. Het recept is makkelijk en snel klaar dus ik zou zeggen: aan de slag en eet smakelijk!

INGREDIËNTEN

  • 500 gram winterwortel
  • 1 blik kokosmelk (400 ml.)
  • 1 teentje geelwortel (=verse kurkuma)
  • 40 gram kokosroom
  • 1 flinke ui
  • 1 theelepel kerrie, snufje zout, 2 kruidenbouillonblokjes,
  • eventueel takje verse dille (gedroogde dilletoppen kan ook) en wat kokosrasp

Snijd de wortel  en de ui  in grove stukken. Kook ze gaar in de kokosmelk, samen met de geelwortel,  kerrie, zout en dille.  Als de wortel bijna gaar is de kokosroom erbij en nog even door laten koken. Kokosroom smelt moeilijk dus even goed blijven roeren! Haal de pan van het vuur en haal alles door de blender of door een roerzeef. Tot slot de bouillonblokjes erbij, nog even op het vuur onder voortdurend roeren en heet serveren. Op het bord of in de soepkom wat kokosrasp eroverheen strooien.

Eet smakelijk! Ik hoop dat u ervan geniet en tot het volgende recept.